Ik ben nooit echt een CHINA GREEN TEA-drinker geweest. Voor mij doet de smaak denken aan takjes gedrenkt in warm afwaswater. Het is niet mijn bedoeling om de theeliefhebbers in diskrediet te brengen die “ooh” zijn over hun oolong en elke druppel van hun chai koesteren. Integendeel zelfs. Elke keer als er weer een onderzoek verschijnt, ben ik zo groen als de Japanse sencha, vol lof over de gezondheidsvoordelen van de drank die ik niet drink.
Deze maand was mijn jaloezie bijzonder sterk, toen The American Journal of Clinical Nutrition niet één, maar elf nieuwe onderzoeken publiceerde waarin de vele manieren werden benadrukt waarop thee ons welzijn zou kunnen verbeteren. Het onderzoek werd oorspronkelijk gepresenteerd op een heel symposium gewijd aan thee en menselijke gezondheid, gehouden in Washington, DC.
Een paar hoogtepunten:
Het drinken van thee lijkt het risico op hartziekten en beroertes te verlagen.
Natuurlijke verbindingen, polyfenolen genaamd, in groene thee kunnen beschermen tegen verschillende soorten kanker, waaronder die van de prostaat, het maagdarmkanaal, de longen, de borst en de huid.
Cafeïne en antioxidanten, catechinen genaamd, die voorkomen in groene, oolong en witte thee, kunnen de stofwisseling verhogen en gewichtsverlies bevorderen.
Er wordt gedacht dat theepolyfenolen de botten versterken en beschermen tegen breuken.
Mensen die thee drinken, kunnen verbeteringen zien in hun humeur, concentratie en prestaties.